vrijdag 27 januari 2012

Velvet foam

Soms wenste ik dat we in een ronddraaiende theekop zaten

en porseleinomrand waren, bloemenbestand

Dat we alleen maar moesten huilen van ajuin

En geen enkele aderlieten of waterlander nodig hadden

dat we te dissecteren waren in petrischaaltjes

getooid als een man van smarten

met vergiffenis als gif als onvergiffelijke gift

dat we beeldenraadsels inslikten als bonbons

En na beeldenstormen kwamen beeldenstromen

en onze tranen slibden onooglijk dicht

We drapeerden ons met ragfijn albasten liefdesprik

als een goudgelakte shiva

En hoopten dat we vernietigen en vernieuwen konden.

En koffie schenkend brandend verwonden

Toen hij hartjes tekende in mijn schuim



vrijdag 20 januari 2012

Einsam wie Franz Kafka



Einsam wie Franz Kafka

Daar, in het hart van de stad

Lopend in een tenue-de-ville

Begraaft hij zomer en wat hij had

Rusten doen we in vergetelheid,

Marmeren mausolea, gifglanzend

 En toch, slaaponderbreking ten spijt

Met vervloeking van sondedromen

Stromen verruimende visioenen binnen

Als troebele, ondiepe verhaalstromen

En door ongewassen winkelvensters

staart het spookmens niet terug

De nacht valt laag, eenzaamheid spuit gensters

als bij een sneeuwbui worden we bedolven

In zijn binnenleven valt satan als de bliksem

In de kroonspiegels verschijnen wolven

In het lokaal van de nacht, scheuren we stukken vlees

Uit goudbeladen lichamen met schurftige glans

Liefde, een Dubbelmonarchie, een guillotine zonder vrees

Met deemoedshouding leest hij Dostojevski

‘Hel is ene toestand waarin we niet meer kunnen liefhebben.’

In deze schijnwereld, in deze renaissancepracht, is liefhebben strijdmêlee

De sneeuw klinkt zo gedempt als rood satijn

Of een isoleerkamer met glasheldere atmosfeer

In dit pied-de-poule panopticon kan hij niet zijn

Zoek hem over bruggen en kauwen te Praag

Radicaal emotioneel schrijft een tovenaarsleerling

 zijn getuigenis neer, gescheurd en bij een vlaag

Uit misprezen adelsnobisme en verlamming

Groeit een pleitbezorger van geloofsersatz

Omdat niets is wat we willen - smartsbezinging

Maken we de willekeur af

Het wrede waltzen van de werkelijkheid

Gromt in zijn aangezicht, immer laf

zondag 15 januari 2012

Ode aan RG, forget the metaphors


En het is quasi onmogelijk

Te leven

In een universum zonder jou

Vanaf nu

Kan ik nooit niets meer

Niet meer eten

Niet meer slapen

Ik denk alleen nog maar aan jou

Urenlang fanfilms kijken

Het echte leven verzaken

Mooie beelden op melige klanken

Het echte leven ontwijken, waken

En glijden langs je lippen

Langs je stoppelbaard

Ingebeeld wrijven over je abs

Je zien liggen onder roosrode pioenen

En niemand heeft zoveel swagger,

Niemand zoveel talent

Niemand komt weg met een glitterjack

En gouden schorpioenen

O Ryan, was je maar mijn vent

En dan telkens weer

Let’s paint it all black

Helaas

 terug

Gekatapulteerd naar die grauwe werkelijkheid

Alles is een strijd

Ik heb het wel gehad

Maar het ware duizendmaal beter

Als ik maar een Ryan Gosling had


vrijdag 13 januari 2012

Liefste God, En elke ochtend toch weer die teleurstelling. We bestaan maar lekker weer. De wereld is niet vergaan. Geen nucleaire bom, geen hightech terroristenaanval, geen biologische oorlogsvoering. Nee niets, gewoon de zon die weer even flauw schijnt. En dan denk ik telkens weer 'godverdomme, weer een dag. Vandaag maar die papers schrijven'. En ik probeer, halfhartig, omslachtig, moedeloos. Maar het lukt toch nooit. Het zou makkelijker zijn als de wereld verging. Vanavond maar weer meer bidden. Als het even kan laat de wereld dan ingaande vanaf nu maar vergaan. Een of andere gloeiende villeine planeet die op de aarde invalt zoals in Melancholia. Ik zal er geen traan om laten. Maar doe het dan wel liefst nu, het zou echt rot zijn mocht ik mijn laatste dagen spenderen met oeverloos lezen, de weg verliezen in pagina's en in mijn eigen hoofd en de wereld een dag na de paperinlevering vergaat. Dan zweer ik dat ik terug kom uit het Dodenrijk. Mijn worddocument blijft even leeg. En ik copy, ik paste, ik schrijf 1286 woorden en wis ze allemaal. Zelfs mijn naam. Omdat het allemaal even belachelijk klinkt. De zinnen die ik maak wekken meer zelfhaat op dan windturbines energie. Het is ook allemaal zo belachelijk, zo geforceerd om even twee moderne literaire theorieen met elkaar te gaan vergelijken en toe te passen op een boek. Dat is het zelfde als proberen de stelling van Pythagoras te gaan distilleren uit een omgevallen spie citroentaart. En zo vul ik dagen met staren naar leegheid, met opruiende teksten over het niets. Met mijzelf beloven dat we er echt aan gaan beginnen, maar er komt niets. En de dagen tikken af, veertig pagina's, op nog minder dan tien dagen. Maar geen moed, geen grinta, geen krijgersbloed. On verra.

donderdag 12 januari 2012

Coffee loving

En soms is liefde als koffie voor wie niet vaak genoeg proeft En koude opwarmt Aan elektriciteitspanelen Wie met zijn tong graaft in bonen en sojamelk komt soms nog bitterheid tegen omdat het zoete ons meer pijn doet dan zwart uitgieten over snijdend wit

donderdag 5 januari 2012

Campingkoffie


En vanaf hier
Luiden we het einden in
Met nieuwe lichtarmaturen en koekoeksklokken
het is altijd net te vroeg
of veel te laat voor jou
Wanneer je nog geen koffie hebt gehad
Geen papaver, geen bloeiende leliebloem
Geen getjilp en lippen druipend met wijn
Geen ons meer in juichende mensenmassa’s
Maar nu alleen
Vanaf hier
Laten we alle hoop varen
Op papieren bootjes die we maakten
Vorige zomer onder een van hitte glinsterende parasol
Toen alles nog kon
En wij gezond blaakten
En dropen van de zonnemelk
Maakten we beloften en at ik notenijs van je neus
Nu druppelen en dwarrelen we van elkaar weg
In stromen groter dan een oceaan
Misschien kom ik je ooit nog tegen
Wie weet over een jaar of drie
Wie weet hebben we elkaar dan wat te zeggen
Misschien blijven we dan wel bestaan

dinsdag 3 januari 2012

Het kutwijf komt niet terug



Dan zeg ik in de spiegel
Starend naar barsten in gezichtsporselein
‘het kutwijf komt niet terug’
Geef op hopen.
Laat vare hartsverzet
Breek open tranensluizen
Wat zijn zonneschijn en marsepein
Als zij is - zo ver - weg, van mij
Heen. Andere armen, of toch geen?
Tot waar ik ze niet meer zien of voelen kan
Het kutwijf mag branden, als een schuur in vlammenzee
Het kutwijf mag naar hel en terug
bevriezen
Vroeger kwam ze steeds weer naar mij
Wat zijn gouden ringen en kanten kettingen
Als zij niets meer hebben wil van mij
Smijt mijn ganse fortuin in zee
Ik kan er haar toch niet mee kopen
Zelfs geen lamlendige long van haar
Laat al mijn paarden vrij
ze zal er nooit meer op rijden
Brand al mijn kerken plat
Ze zal er nooit meer in hurken
En ik bid, ik kniel. Ik verzucht, ik vloek
Duizend vervloekingen op één dag
Maar zij hoort ze niet
Verkiest ziende blind en horend doof te zijn
Zij gaat bowlen met mijn hart
Ruilt mij op retour
Vergeefs schrijven, wachten, vurig lang verwachten
Vergeefs leven
Was ik maar een koning
Met een leeuwenhart
Ik at haar rauw
Was ik maar van nobel bloed
Ik had haar hoofd op een spies
Als versiering van een gewezen vrouw
Was ik maar niet mij
Vergeefs vergeven, vergeefs verleven
Maar het kutwijf negeert mijn lief verzoek