Einsam wie Franz Kafka
Daar, in het hart van de
stad
Lopend in een
tenue-de-ville
Begraaft hij zomer en
wat hij had
Rusten doen we in
vergetelheid,
Marmeren mausolea,
gifglanzend
En toch, slaaponderbreking ten spijt
Met vervloeking van
sondedromen
Stromen verruimende
visioenen binnen
Als troebele, ondiepe
verhaalstromen
En door ongewassen
winkelvensters
staart het spookmens
niet terug
De nacht valt laag,
eenzaamheid spuit gensters
als bij een sneeuwbui
worden we bedolven
In zijn binnenleven valt
satan als de bliksem
In de kroonspiegels
verschijnen wolven
In het lokaal van de
nacht, scheuren we stukken vlees
Uit goudbeladen lichamen
met schurftige glans
Liefde, een
Dubbelmonarchie, een guillotine zonder vrees
Met deemoedshouding
leest hij Dostojevski
‘Hel is ene toestand
waarin we niet meer kunnen liefhebben.’
In deze schijnwereld, in
deze renaissancepracht, is liefhebben strijdmêlee
De sneeuw klinkt zo
gedempt als rood satijn
Of een isoleerkamer met
glasheldere atmosfeer
In dit pied-de-poule
panopticon kan hij niet zijn
Zoek hem over bruggen en
kauwen te Praag
Radicaal emotioneel
schrijft een tovenaarsleerling
zijn getuigenis neer, gescheurd en bij een
vlaag
Uit misprezen
adelsnobisme en verlamming
Groeit een pleitbezorger
van geloofsersatz
Omdat niets is wat we
willen - smartsbezinging
Maken we de willekeur af
Het wrede waltzen van de
werkelijkheid
Gromt in zijn
aangezicht, immer laf


Meine allerliebste Ulrike,
BeantwoordenVerwijderenHet zou me niet verwonderen als je op een dag Stadsdichteres zou worden.
Intussen krijg je bij mij alvast de prijs “Beste Blog van de Week”.
Kusjes, heel veel liefs,
Nadja
<3